Lesgeven, begeleiden en coachen

Mensen die hun rijbewijs willen halen hebben bepaalde verwachtingen van hun rijinstructeur. Men verwacht natuurlijk in de eerste plaats goed les te krijgen. 

Daarnaast verwacht men les te krijgen van een instructeur met prettige omgangsvormen en goede begeleidings- en coaching vaardigheden.

Men brengt tenslotte ongeveer zo’n 30 à 40 lesuren met een instructeur in de lesauto door in een één-op-één situatie.

Treft een leerling een rijinstructeur die hinderlijk onverzorgd is, die steeds aan het woord is, niet goed kan luisteren en waarbij het interieur van de lesauto allesbehalve schoon is, dan stapt de leerling niet echt gemotiveerd de lesauto in en mogelijk haakt hij helemaal af.

Een goed opgeleide rijinstructeur kan méér dan alleen rijinstructie geven!

 

Wat is een goede rijinstructeur?

Men heeft zich al vaak de vraag gesteld of goed lesgeven kunst of kunde is. Met kunst wordt aangegeven, dat het feitelijk niet te leren is.

Je kunt het of je kunt het niet, alles draait om de persoon van de rijinstructeur. Het andere standpunt, dat onderwijzen ziet als een kunde, geeft aan dat onderwijzen in feite iets ambachtelijks is, met andere woorden, het is te leren!

Wie heeft gelijk?

Het zal wel zo zijn dat de één er meer aanleg voor heeft dan de ander, maar dat iedereen moet leren om het vak goed onder de knie te krijgen.

Wat moet een rijinstructeur kennen en kunnen?

We maken een onderscheid tussen kennen en kunnen. Kennen slaat op de kennis die benodigd is om les te kunnen geven. Kunnen verwijst naar allerlei vaardigheden waarover de rijinstructeur moet beschikken.

We raadplegen daarvoor de WRM 1993, dat staat voor Wet Rijonderricht Motorrijtuigen. Hierin staat beschreven wat de rijinstructeur moet kennen en kunnen.

Voorheen was het zo dat rijles vooral een technische aangelegenheid was, waarbij de rijinstructeur de leerling moest leren rijtaken correct uit te voeren.

Sinds 1993 zijn de vakbekwaamheidseisen van rijinstructeurs aanzienlijk verscherpt. De aandacht is hierbij komen te liggen op nieuwe aandachtsgebieden zoals:

  • Sociaal en verantwoord rijgedrag;
  • Mentaliteitsvorming;
  • Inzicht in verkeersrisico’s;
  • Het samenspel tussen verkeersdeelnemers.

De aanscherping van eisen betreft zowel de vakinhoudelijke kennis als de onderwijskundige bekwaamheden van de rijinstructeur.

De WRM bevoegdheid, belichaamd in een bevoegdheidspas, wordt sinds 2009 beperkt tot een periode van vijf jaar. Na afloop hiervan moet de bevoegdheid houder, om zijn bevoegdheid te kunnen behouden, zes dagdelen (18 lesuren) bijscholing volgen en voldoen aan twee praktijkbegeleidingen die met voldoende resultaat moet worden afgerond.

Het doel van de WRM 1993 is het kwaliteitsniveau van rijinstructeurs te verhogen en op peil te houden. De achterliggende gedachte is dat rijinstructeurs van goede kwaliteit een bijdrage levert tot de verhoging van de verkeersveiligheid.

De rijinstructeur krijgt daarmee in feite medeverantwoordelijk voor de verbetering van de verkeersveiligheid.

Samenvattend:

De hedendaagse rijopleiding moet zich nadrukkelijk richten op het aanleren van veilig, sociaal en verantwoord rijgedrag in plaats van uitsluitend het aanleren van technische vaardigheden.

De OTOacademie B.V. is een opleidingsinstituut die deze kwaliteitseisen in haar opleidingsplan heeft geïntegreerd.

Al met al het opleidingsinstituut om de interessante opleiding tot rijinstructeur te volgen waarbij je vooraf kunt zeggen dat als je je WRM bevoegdheid hebt behaald jij een deskundige rijinstructeur bent die voldoet aan alle kwaliteitseisen.

Sluit Menu
website security